Deel D: Gedragscode

Artikel 19: algemene gedragscode

Deze algemene gedragscode reikt een kader aan voor wat door Kohoro Kwai vzw als verantwoord gedrag wordt beschouwd. Dit kader is echter niet allesomvattend. De leden van Kohoro Kwai vzw dienen altijd te streven naar begrip en zorg in alles wat ze doen voor de club. Tevens wordt van hen verwacht op een onberispelijk manier te handelen en om te gaan met anderen.
Er wordt onder geen enkele voorwaarde toegestaan dat individuele acties, handelingen of organisaties in naam van de club ondernomen worden zonder uitdrukkelijke toestemming van het bestuur.
De samenwerking en onderliggende contacten tussen leden, lesgevers en bestuurders dienen te verlopen in een geest van respect voor de waardigheid van ieder persoon. Iedereen is er toe gehouden alle regels van welvoeglijkheid, goede zeden en beleefdheid in acht te nemen, inclusief ten aanzien van anderen.
Kohoro Kwai vzw aanvaardt geen enkele vorm van pesterij of discriminatie op basis van geslacht, ras, godsdienst, nationale of etnische afkomst, culturele achtergrond, sociale groep, seksuele geaardheid, burgerlijke staat of politieke overtuiging.
Elk ongewenst seksueel gedrag is totaal onaanvaardbaar. Hieronder wordt verstaan elke vorm van verbaal, niet-verbaal, lichamelijk seksueel gedrag – in het bijzonder elk seksueel getint gedrag tegenover minderjarigen – waarvan degene die er zich schuldig aan maakt weet of zou moeten weten, dat het afbreuk doet aan de waardigheid van de betrokkenen. In het bijzonder dienen bestuurders, lesgevers en hogere graden voldoende maturiteit te tonen in de omgang met jongeren teneinde een pedagogisch verantwoorde begeleiding van deze doelgroep te kunnen verwezenlijken.
Bestuurders en lesgevers die kennis menen te hebben van inbreuken op deze gedragscode, hebben de plicht het bestuur van de club daarvan onverwijld op de hoogte te brengen zodat hun opmerkingen op de eerstvolgende bestuursvergadering besproken kunnen worden.
Inbreuken op deze gedragscode worden niet getolereerd en kunnen rechtstreeks leiden tot een tijdelijke opschorting van het lidmaatschap of zelfs een definitieve uitsluiting uit de club van de betrokkenen.

Artikel 20: lidmaatschap

  • Het lidgeld zoals vastgesteld door de Raad van Bestuur dient te worden betaald bij de aansluiting en is geldig voor twaalf maanden.
  • Betaalde bijdragen zijn in geen geval terugvorderbaar.
  • De Raad van Bestuur behoudt zich het recht voor om elke aansluiting of verlenging van aansluiting te weigeren.
  • De aansluiting dient te worden verlengd in de maand die vooraf gaat aan diegene waarin de vergunning vervalt. Het lid wordt hiertoe schriftelijk uitgenodigd.
  • Voor de minderjarige judoka’s is het akkoord van de ouder(s) vereist (handtekening op de vergunning) voor deelname aan wedstrijden.

Artikel 21: kledij en hygiëne

Het bestuur van de vereniging streeft er naar om de trainingen in de meest hygiënische omstandigheden te laten verlopen. De leden worden daarom verzocht onderstaande regels te respecteren:

  • De judogi (of judopak) moet steeds in zuivere toestand zijn.
  • De vrouwelijke judoka’s dragen onder de judogi een wit T-shirt.
  • De broekspijpen en de mouwen mogen niet te lang zijn, dit om veiligheidsredenen. Zie hiervoor de instructies van de Vlaamse Judofederatie (VJF) vzw voor de juiste grootte.
  • De gordel wordt netjes geknoopt.
  • Draag geen juwelen, piercings of scherpe voorwerpen.
  • De handen en de voeten van de judoka moeten gewassen zijn.
  • De nagels van vingers en tenen zijn kort geknipt.
  • De haren moeten proper zijn. Lange haren dienen samengebonden te zijn (geen metaal of scherpe kantjes!).
  • Op de tatami wordt gegeten noch gedronken.
  • Roken is verboden in alle lokalen van de dojo.
  • Verwondingen dienen onmiddellijk verzorgd te worden om besmettingen en bevuiling an andere judoka’s en de mat te vermijden.
  • Houd de kleedkamers, douches en toiletten proper.

Artikel 22: tijdens de lessen

  • Judoka’s dragen in de dojo en de kleedkamers aangepast schoeisel (pantoffels of slippers zijn aan te raden).
  • De aanwezigheden worden bij het begin van elke training genoteerd. Dit heeft tot doel de trainer een overzicht te geven van de door de judoka gevolgde lessen. Het aantal effectief gevolgde lessen is immers mede beslissend om te bepalen of een judoka al dan niet aan een examen voor graadverhoging mag deelnemen. Het appel laat ook toe om eventueel de ouders op de hoogte te houden van de aanhoudende afwezigheid van de jongeren.
  • De trainer bepaalt in welke groep de judoka mag deelnemen aan de lessen.
  • Bij te laat komen biedt de judoka zich aan bij de trainer.
    Pas na goedkeuring door de trainer kan de judoka de training aanvatten.
  • De trainingsuren worden regelmatig gepubliceerd op de website van de vereniging.

Artikel 23: in de dojo en op de tatami

  • De judoka’s groeten steeds op correcte wijze bij het betreden en verlaten van de tatami.
  • De geknielde groet wordt gebruikt om de trainer te groeten aan het begin en het einde van de les.
  • Aan het begin en einde van een oefening groet men zijn partner.
  • Wanneer men niet oefent (bijv. om uit te rusten of naar de uitleg van de trainer te luisteren), doet men dit volgens de voorgeschreven wijze: zittend, geknield of in kleermakerszit of anders staande zonder ergens tegenaan te leunen.
  • Indien men de mat wil verlaten voor het einde of tijdens de les dient men altijd de toestemming te vragen aan de trainer.
  • Er dient te worden gestreefd naar de grootst mogelijke stilte, zowel door de judoka’s als de toeschouwers.
  • Judo vereist respect voor de trainer en uit zich in de wijze waarop de trainer wordt aangesproken. Raadgevingen en berispingen van de trainer dulden geen aanmerkingen, en op geen enkele wijze wordt onbeschoft gedrag getolereerd.
  • Ook de bestuursleden worden met respect aangesproken. Aanwezige bestuursleden kunnen de trainer helpen bij het bewaren van de discipline onder de aanwezigen, in het bijzonder om en rond de tatami.
  • In zijn gesprekken en gedragingen gedraagt de judoka zich hoffelijk tegenover iedereen.
  • Het past geen judoka iemand uit te dagen voor een gevecht zowel binnen als buiten clubverband.
  • Indien er evenementen georganiseerd worden ten voordele van de club wordt er op uw medewerking gerekend, de club is er immers voor U.

Artikel 24 : sportief reglement

We streven er naar om onze judoka’s een sportieve basishouding bij te brengen. Onze vereniging ondersteunt dan ook volgende sportieve doelstellingen:

  1. Wees fair tijdens de kampen
  2. Waardeer de tegenstander
  3. Aanvaard wat de scheidsrechter beslist
  4. Mopper niet op uw ploegmaats
  5. Kom verzorgd voor het publiek
  6. Eerbiedig andermans goed
  7. Wees loyaal voor uw ploegmaten
  8. Vermijd elk grof woord
  9. Train regelmatig
  10. Houd de clubnaam hoog

Artikel 25: graadverhogingen

  • De toelating tot een examen van graadverhoging is steeds een beslissing van de trainers.
  • De examens hebben plaats op een tijdstip beslist door de trainers. Zij brengen de kandidaten persoonlijk op de hoogte.
  • Voorwaarden om toegelaten te worden tot de proeven:
    1. de opgegeven stof kennen
    2. minimum aantal trainingen bijgewoond hebben
    3. de vereiste leeftijd bereikt hebben
    4. in regel zijn met de kledij
    5. het gedrag, de inzet en de regelmaat van aanwezigheid van de judoka.