Deel E: Sancties

Artikel 26: sancties tegen gewone leden

Volgende maatregelen kunnen worden overwogen en toegepast:

  • de mondelinge berisping door de trainer: een mondelinge terechtwijzing al dan niet gekoppeld aan een extra oefening, of de onttrekking van de judoka aan bepaalde oefeningen tijdens de training.
  • de schriftelijke berisping door de Raad van Bestuur: een schriftelijk gemotiveerde verwittiging indien herhaaldelijk inbreuken op de gedragsregels worden vastgesteld. Deze berisping wordt uitgesproken door Raad van Bestuur al dan niet op voorstel van de trainers.
  •  de schorsing door de Raad van Bestuur: de judoka wordt voor één of meer trainingen geschorst. Tijdens de schorsing mag de judoka ook niet deelnemen aan proeven of wedstrijden. De schorsing wordt uitgesproken door de Raad van Bestuur, na overleg met de trainers. De ouders van minderjarige leden worden schriftelijk van de schorsing op de hoogte gebracht.
  • de uitsluiting door de Raad van Bestuur: voor de resterende geldigheidsduur van de vergunning wordt het de judoka verboden aanwezig te zijn op trainingen of deel te nemen aan proeven of wedstrijden. De uitsluiting wordt uitgesproken door de Raad van Bestuur na overleg tussen de trainers. De ouders van minderjarige leden worden schriftelijk van de schorsing op de hoogte gebracht.

Artikel 27: sancties tegen bestuursleden en trainers

  • Indien een bestuurslid of trainer in overtreding wordt bevonden met deze reglementering zal er een onderzoek verricht worden door de Raad van Bestuur. Het betrokken bestuurslid of trainer zal tijdens dit onderzoek geen stemrecht hebben. Wel wordt hem toegestaan om zich persoonlijk te verdedigen nopens de hem ten laste gelegde inbreuken. De Raad van Bestuur oordeelt dan na het onderzoek welk gevolg of welke sancties er aan het betrokken bestuurslid zal worden opgelegd. De stemming hierover gebeurt eveneens geheim. De straffen voor de bestuursleden gaan van een blaam (mondeling gegeven opmerking door het dagelijks bestuur) over een vermaning (schriftelijke opmerking gegeven door het dagelijks bestuur) tot een gedeeltelijke of gehele schorsing van het bestuurslid bij ernstige tekortkomingen of bij herhaling van de feiten. Verder kan hij voor de verdere uitoefening van zijn ambtstermijn uit zijn functie ontheven worden. Vanaf dat ogenblik wordt het bestuurslid of trainer opnieuw als een gewoon lid aanzien en zijn de reglementeringen en sancties terzake op hem van toepassing.
  • Het betrokken bestuurslid of trainer kan eveneens binnen de acht dagen na ontvangst van de schriftelijke strafmelding beroep aantekenen tegen deze beslissing. Er zal dan een nieuwe bestuursvergadering worden samengeroepen, waarop alle bestuursleden worden uitgenodigd. Het betrokken bestuurslid of trainer kan dan opnieuw zijn argumentatie tegen de opgelegde straf naar voren brengen en zich verdedigen. Indien 2/3 van het totaal aantal bestuursleden zijn argumentatie aanvaardt en goedkeurt, zal het beroep als gegrond worden aanvaard en kan de straf worden verminderd of kwijtgescholden, zoniet blijft de aanvankelijk genomen beslissing van kracht. Er bestaat ook de mogelijkheid dat de aanvankelijke straf wordt verzwaard, doch enkel indien diezelfde meerderheid zich hierover uitspreekt. Tegen de beslissing van de Raad van Bestuur inzake een aangetekend verzet is geen verder verhaal mogelijk.